Canon R8 II Instellingen
Canon EOS R8 Mark II
Joris Dijkema
Canon EOS R8 Mark II
8 min
0

Beste Instellingen voor Canon EOS R8 II

8 min
0

Welke instellingen kies je voor de Canon EOS R8 II? De Canon EOS R8 II heeft veel mogelijkheden om de camera aan te passen aan jouw manier van fotograferen. Zeker als je net met deze camera begint, kunnen alle instellingen en menu-opties behoorlijk overweldigend zijn.

In dit artikel bespreek ik een aantal belangrijke instellingen van de Canon EOS R8 II. Hiermee krijg je een goede basis om de camera beter te leren kennen en voorkom je een aantal veelgemaakte fouten.

Gratis Download.

Voor je verder leest raad ik je trouwens aan om Gratis het boek De 10 Bouwstenen van Betere Fotografie voor Canon te downloaden >>(klik op de gele tekst).

Welke camerastand gebruiken?

De Canon EOS R8 II biedt verschillende belichtingsstanden. Voor fotografen zijn vooral Av, Tv en M interessant.

Av-stand
In Av kies je zelf het diafragma. De camera bepaalt vervolgens welke sluitertijd daarbij past.  onderwerpen.

Tv-stand
In Tv bepaal je zelf de sluitertijd. Dit is handig wanneer beweging belangrijk is en jij vooral controle wilt houden over hoe die beweging wordt weergegeven.

M-stand
In de M-stand stel je zelf zowel het diafragma als de sluitertijd en ISO in. Zo heb je volledige controle maar het vraagt wel meer basiskennis.

Welke stand het beste is, hangt dus vooral af van het onderwerp en hoeveel controle je zelf wilt hebben.

Sluitertijd instellen op de Canon EOS R8 II

De sluitertijd is één van de belangrijkste instellingen om goed te begrijpen.

Met de sluitertijd bepaal je niet alleen hoeveel licht de camera opvangt, maar ook hoe beweging op je foto wordt weergegeven.

Bij een stilstaand onderwerp kun je vaak een langere sluitertijd gebruiken. Bij beweging wordt een voldoende korte sluitertijd veel belangrijker.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • sport
  • spelende kinderen
  • huisdieren
  • wildlife
  • vogels
  • andere bewegende onderwerpen

Heb je regelmatig foto's waarbij het onderwerp niet helemaal scherp lijkt? Kijk dan niet alleen naar je autofocus. Een te lange sluitertijd is een veelvoorkomende oorzaak van onscherpe foto's.

Welke sluitertijd je precies nodig hebt, verschilt sterk per onderwerp en situatie. Het heeft daarom weinig zin om één sluitertijd als de beste instelling voor de R8 II te noemen.

Diafragma instellen

Het diafragma bepaalt mede hoeveel licht je gebruikt en hoeveel scherptediepte je in de foto krijgt.

Met een groot diafragma en een laag F-getal kun je bijvoorbeeld een onderwerp meer losmaken van de achtergrond. Dat kan mooi zijn bij portretten, dieren of detailfoto's.

Het kleinste mogelijke diafragma is daarbij niet automatisch de beste keuze. Je moet rekening houden met onder andere de gewenste scherptediepte, brandpuntsafstand en afstand tot je onderwerp.

Probeer daarom niet één diafragma voor al je fotografie te gebruiken.

ISO en Auto ISO

Ook ISO is een belangrijke instelling op de Canon EOS R8 II.

Een hogere ISO maakt het mogelijk om bij weinig licht toch een geschikte combinatie van sluitertijd en diafragma te gebruiken. Het nadeel is dat een hogere ISO invloed kan hebben op de beeldkwaliteit en meer ruis kan veroorzaken.

Toch wordt een lage ISO soms te belangrijk gemaakt.

Het heeft weinig zin om koste wat kost ISO 100 te gebruiken wanneer je daardoor een te lange sluitertijd krijgt en je onderwerp bewogen op de foto staat.

Je kunt je dan bijvoorbeeld concentreren op de sluitertijd en het diafragma terwijl de camera de ISO aanpast aan de hoeveelheid licht.

Autofocus van de Canon EOS R8 II instellen

De autofocus is een belangrijk onderdeel van de Canon EOS R8 II. De camera kan onderwerpen herkennen en volgen, maar dat betekent niet dat je alle autofocusinstellingen aan de camera moet overlaten.

Je hebt onder andere invloed op:

  • de manier van scherpstellen
  • het AF-gebied
  • onderwerpdetectie
  • tracking
  • oogdetectie
  • waar de autofocus begint

Welke instellingen goed werken, hangt sterk af van het onderwerp.

Bij een stilstaand landschap stel je immers op een heel andere manier scherp dan bij een vogel, hond of sporter die snel door het beeld beweegt.

Kies bewust je AF-gebied

Een groot AF-gebied lijkt gemakkelijk: je geeft de camera veel ruimte om zelf het onderwerp te vinden.

Dat kan inderdaad goed werken wanneer je één duidelijk onderwerp tegen een rustige achtergrond fotografeert.

In een drukke omgeving kan het juist lastiger worden.

Denk aan een dier tussen takken, iemand tussen een groep mensen of een vogel tussen bladeren. Er zijn dan verschillende plekken waarop de camera zou kunnen scherpstellen.

Een kleiner of gerichter AF-gebied geeft je meer controle over waar de camera naar een onderwerp

Onderwerpherkenning en tracking

Onderwerpherkenning kan het fotograferen aanzienlijk gemakkelijker maken. Zeker wanneer je mensen, dieren of andere geschikte onderwerpen fotografeert, kan de camera helpen het onderwerp te herkennen en te volgen.

Bij een portret kan bijvoorbeeld herkenning van een gezicht of oog nuttig zijn. Bij natuur- en wildlifefotografie kan de camera helpen om een dier te blijven volgen.

Toch is het verstandig om te leren hoe je zelf invloed houdt op welk onderwerp de camera moet volgen.

Wanneer er meerdere mogelijke onderwerpen in beeld verschijnen, kan de camera immers niet altijd weten welke jij wilt fotograferen.

Onderwerpherkenning is dus een hulpmiddel en geen vervanging voor een goed ingestelde autofocus. Het beste is het om zelf knoppen aan te passen.

Continu-opnamen: hoeveel beelden per seconde?

Bij stilstaande onderwerpen heb je meestal geen lange serie foto's nodig.

Bij actie kan continu fotograferen juist erg nuttig zijn, tot max 40 foto's per seconde kan dit. Hoe meer beelden je gedurende een belangrijk moment maakt, hoe groter de kans dat precies de juiste houding of uitdrukking ertussen zit.

Dit is bijvoorbeeld handig bij:

  • sport
  • actie
  • wildlife
  • vogels in vlucht
  • rennende dieren
  • onverwachte momenten

De hoogste snelheid is echter niet automatisch altijd de beste keuze.

Een hoge opnamesnelheid zorgt voor veel bestanden en belast uiteindelijk ook de buffer en geheugenkaart. Bovendien moet je al die foto's later weer bekijken en selecteren.

Pas de snelheid daarom aan het onderwerp aan.

Elektronische eerste gordijn of elektronische sluiter?

Bij de Canon EOS R8 II is dit een belangrijk onderscheid.

De camera heeft geen volledig mechanische sluitermodus. Voor fotografie kun je onder andere werken met een elektronische eerste gordijn en een volledig elektronische sluiter.

Met de elektronische sluiter kun je stil fotograferen en gebruikmaken van hoge opnamesnelheden.

Daar zitten ook aandachtspunten aan.

Bij extreem snelle bewegingen kan rolling shutter zichtbaar worden. Een bewegend onderwerp kan daardoor vervormd worden weergegeven. Ook onder bepaalde soorten kunstlicht kunnen problemen ontstaan met strepen in beeld.

RAW, C-RAW of JPEG?

Je kunt op de Canon EOS R8 II verschillende bestandsformaten gebruiken.

JPEG
De camera verwerkt de foto grotendeels voor je. JPEG-bestanden zijn relatief klein en gemakkelijk direct te gebruiken. Fotobewerking kan maar beperkter.

RAW
RAW geeft je veel mogelijkheden bij de nabewerking. Je kunt bijvoorbeeld uitgebreider werken met belichting, schaduwen, hooglichten en witbalans.

C-RAW
C-RAW is interessant wanneer je de voordelen van een RAW-bestand wilt combineren met kleinere bestanden.

Voor veel fotografen kan C-RAW daarom een aantrekkelijke keuze zijn. Je kan langer achter elkaar schieten met 40 foto's per seconde voor de camera vertraagt.

Houd er ook rekening mee dat je keuze voor het bestandsformaat invloed kan hebben op hoeveel foto's je achter elkaar kunt maken voordat de buffer een beperking wordt.

Witbalans instellen

De automatische witbalans is voor veel situaties een prima uitgangspunt.

Toch kan het interessant zijn om zelf een andere witbalans te kiezen wanneer je bewust een bepaalde sfeer wilt behouden.

Denk bijvoorbeeld aan:

Fotografeer je in RAW, dan kun je de witbalans achteraf bovendien uitgebreid aanpassen.

Belichtingscompensatie

Zijn je foto's regelmatig te licht of te donker? Dan is het belangrijk om te weten hoe belichtingscompensatie werkt.

Je hoeft daarvoor niet meteen alles handmatig in te stellen.

Met belichtingscompensatie kun je de automatische belichting van de camera snel lichter of donkerder maken.

Dat kan bijvoorbeeld handig zijn bij tegenlicht, een heel lichte achtergrond, sneeuw of juist een erg donker onderwerp.

Let daarbij vooral op dat belangrijke lichte delen van je foto niet volledig overbelicht raken.

Gebruik het histogram

Alleen naar het beeld op het camerascherm kijken is niet altijd voldoende om de belichting te beoordelen.

Buiten in fel zonlicht kan een foto op je scherm bijvoorbeeld heel anders overkomen dan wanneer je hem later binnen op een goede monitor bekijkt.

Het histogram geeft extra informatie over de verdeling van lichte en donkere delen in de foto.

Je hoeft niet na iedere opname uitgebreid naar het histogram te kijken. In situaties met lastig of sterk contrastrijk licht kan het wel een handig hulpmiddel zijn.

Beeldstijl: hoe belangrijk is dit?

De beeldstijl beïnvloedt onder andere hoe contrast, kleuren en scherpte worden weergegeven.

Fotografeer je in JPEG en wil je foto's vrijwel direct gebruiken? Dan is de gekozen beeldstijl behoorlijk relevant.

Werk je vooral in RAW en bewerk je jouw foto's later uitgebreid? Dan heb je achteraf veel meer vrijheid en is deze instelling voor het uiteindelijke resultaat minder belangrijk.

Het verschil tussen JPEG en RAW is daarom belangrijk om te begrijpen voordat je veel tijd besteedt aan het aanpassen van Picture Styles.

Pas het snelmenu aan

Eén van de handigste dingen die je kunt doen, is ervoor zorgen dat veelgebruikte instellingen snel bereikbaar zijn.

Tijdens een belangrijk fotomoment wil je niet diep het menu in moeten om een instelling te veranderen.

Zet daarom instellingen die je regelmatig verandert in het snelmenu.

Welke dat zijn, hangt af van jouw fotografie. Iemand die voornamelijk landschappen fotografeert gebruikt andere functies dan een sport- of wildlifefotograaf.

Persoonlijke knoppen instellen

Hetzelfde geldt voor de knoppen op de camera.

Je kunt bepaalde functies zo instellen dat je ze veel sneller kunt bereiken. Dat kan tijdens het fotograferen een groot verschil maken.

Denk bijvoorbeeld aan functies rondom autofocus, ISO, AF-gebied of andere instellingen die je regelmatig nodig hebt.

Instellingen voor landschapsfotografie

Bij landschapsfotografie liggen de prioriteiten meestal anders dan bij actiefotografie.

Je kunt meer aandacht besteden aan:

  • scherptediepte
  • nauwkeurig scherpstellen
  • een geschikte ISO
  • belichting
  • histogram
  • witbalans
  • compositie

Werk je vanaf statief, dan kun je bovendien sluitertijden gebruiken die uit de hand niet praktisch zouden zijn.

Een extreem hoge opnamesnelheid en uitgebreide tracking zijn bij een stilstaand landschap uiteraard veel minder belangrijk.

Instellingen voor bewegende onderwerpen

Zodra een onderwerp beweegt, worden andere instellingen belangrijk.

Denk vooral aan de combinatie van:

sluitertijd + autofocus + AF-gebied + onderwerp volgen + continu-opnamen.

Die instellingen werken samen.

Een geavanceerde autofocus kan bijvoorbeeld niet voorkomen dat een foto bewegingsonscherpte krijgt wanneer je sluitertijd veel te lang is.

Andersom helpt een heel korte sluitertijd je ook niet wanneer de autofocus op het verkeerde gedeelte van de foto scherpstelt.

Instellingen voor vogels en wildlife

De Canon EOS R8 II is ook interessant voor fotografen die vogels, dieren en andere bewegende onderwerpen fotograferen.

Bij deze fotografie zijn vooral snelheid en autofocus belangrijk.

Onderwerpherkenning kan helpen om een dier te vinden en te volgen, maar let daarnaast op je sluitertijd, AF-gebied en continu-opnamen.

Een stilzittende vogel vraagt bovendien heel andere instellingen dan een vogel die plotseling wegvliegt.

Juist daarom werk ik liever niet met één zogenaamd magische instelling voor alle wildlife- en vogelfotografie.

Maak je camera niet onnodig ingewikkeld

De Canon EOS R8 II biedt enorm veel instellingen. Dat betekent niet dat je ze allemaal direct moet veranderen.

Begin met de belangrijkste onderdelen:

sluitertijd, diafragma, ISO, autofocus, AF-gebied, onderwerpdetectie en opnamesnelheid.

Leer eerst wat deze instellingen doen en wanneer je ze moet veranderen.

Daarna kun je de R8 II steeds verder naar je eigen voorkeur instellen.

Beste instellingen Canon EOS R8 II: conclusie

Er bestaat niet één perfecte verzameling instellingen voor de Canon EOS R8 II.

De beste instellingen hangen af van het onderwerp, het licht en de manier waarop jij wilt fotograferen. Voor een landschap gebruik je andere instellingen dan voor een portret, sporter of vliegende vogel.

Begin daarom met een goede basis en leer vooral begrijpen waarom je een instelling verandert. Investering je vaardigheden is belangrijk want de R8 II is een geavanceerde camera.

Ontvang nu gratis het boek de 10 Bouwstenen van Betere Fotografie 

Gratis Download.

Voor je verder leest raad ik je trouwens aan om Gratis het boek De 10 Bouwstenen van Betere Fotografie voor Canon te downloaden >>(klik op de gele tekst).

Ontdek de 10 onmisbare stappen voor betere fotografie met Canon, ontvang als je wil persoonlijk aankoopadvies over Canon camera’s/lenzen op maat, mijn allerbeste aankoopadvies over de Creatieve Lens voor Canon

Wil jij je echt goed en snel ontwikkelen met R8 II?

Volg mijn VIP Begeleidingsprogramma. Toegang tot alle Videocursussen met stap-voor-stap-uitleg, meer dan 400 video's, 100% meekijken met mijn camera, Maandelijkse Fotofeedback Video’s, deel foto’s met elkaar in de Kijk & Zie Community. Nu met extra Videocursussen.

Persoonlijk begeleidingstraject Fotografie


Bekijk ook deze artikelen over Canon EOS R8 II


Reacties
Categorieën