Beginnen met macro fotografie

Macrofotografie gaat vooral om het zien van details. Met macrofoto's kan je eindeloos plezier beleven en experimenteren. Alleen hoe ga je starten met macro fotografie? Welke lens gebruik je, welke instellingen, hoe zorg je voor sfeer, belichting en compositie? Duik mee in de wereld van het kleine om te laten zien wat anders niet gezien wordt.

Voor je verder leest raad ik je trouwens aan om Gratis het boek De 10 Bouwstenen van Betere Natuurfotografie te  downloaden  >>(klik op de gele tekst).

Ontdek de 10 onmisbare stappen voor krachtige & creatieve macro fotografie, mijn allerbeste aankoopadvies over de Creatieve Lens (betaalbaar en 100% onafhankelijk), voorkom een miskoop door aankoopadviezen, 50+ inspirerende foto’s met uitleg erbij.

Goed om te weten en uniek, alle adviezen over camera’s & lenzen op dit blog zijn 100% onafhankelijk. Geen belangen bij je aankoop, geen links naar of banden met camerawinkels. Ook word ik op geen enkele wijze gesponsord door cameramerken.

Korte Macro fotografie tips voor beginners op een rij

  • Macrofotografie heeft een vergrotingsfactor van 1:1. Je fotografeert dus op ware grootte
  • Met een speciale macrolens kun je nóg dichterbij komen
  • Gebruik verschillende hulpmiddelen als een goedkope oplossing om te beginnen met macrofotografie
  • Fotografeer details maar laat ook eens iets van de omgeving zien
  • Zorg voor een goede ondersteuning omdat de kleinste bewegingen al voor onscherpte kunnen zorgen
  • Gebruik handige trucjes zoals een zaklantaarn om het tekort aan licht op te vangen

Inhoud

Foto: cursist Sam van Dijk

Wat is macro fotografie?

1) Macrofotografie lijkt wat op close-up fotografie. De definitie van “macro” is echter dat je het onderwerp dusdanig uitvergroot dat de kleinste onderwerpen levensgroot in beeld komen. Je laat dus een wereld zien die maar zelden opvalt.

2) Het gaat hierbij om de verhouding 1 op 1. Dat wil zeggen dat het gefotografeerde onderwerp even groot is als de sensor van je camera. Het onderwerp komt dus op ware grootte of zelfs nóg groter op je foto (groter dan 1:1 heet eigenlijk "micro" maar in de praktijk wordt vaak gewoon macro fotografie gebruikt als term. Dus minimaal :1, oftewel levensgroot.

3) In de praktijk wordt er nog iets losser mee omgegaan en wordt bij de meeste foto’s die van heel dichtbij gemaakt worden al gauw gesproken over macro. Je kunt het ook “dichtbij-fotografie” noemen.

Onderwerpen waar je het eerste aan denkt zijn bloemen en insecten, maar als je verder gaat kijken zijn de onderwerpen eindeloos. Zelfs van simpele huis-tuin- en keuken objecten kun je interessante macrofoto’s maken

4) Hoewel iedereen er mee kan beginnen is macrofotografie een specialisme op zichzelf. Zo kun je veel verschillende apparatuur en hulpmiddelen kopen speciaal voor deze vorm van fotografie. Maar je kunt vrij simpel beginnen en het is een ontzettend leuke en interessante bezigheid.

Foto: cursist Monica de Jong

Wat is de beste lens voor macro fotografie?

5) Je kunt voor macrofotografie speciale macrolenzen kopen. Een macrolens is speciaal ontworpen om van heel dichtbij nog te kunnen scherpstellen en dan de beste kwaliteit te krijgen. Officieel heeft een macro lens minimaal de vergrotingsfactor van 1:1, soms ook meer. Zoals 2:1 of in een extreem geval zelfs 5:1.

6) Maar dit betekent niet altijd dat je heel kort op je onderwerp moet zijn. Macrolenzen zijn er in verschillende formaten en prijsklasse. Nog een vast gegeven is dat macrolenzen altijd een vast brandpunt hebben (je kan er niet mee in of uitzoomen). Je gebruikt een losse macrolens op een spiegelreflex of systeemcamera.

7) Een korte macrolens, 30mm tot 50mm, is relatief goedkoop en licht in gewicht. Nadeel is dat je heel dicht op je onderwerp moet zijn, zo’n 15 cm. Risico is dan dat je diertjes wegjaagt en dat je meestal je eigen licht blokkeert. Ook de achtergrondonscherpte wordt ietsje minder mooi (minder vaag).

8) Een gemiddelde of standaard macrolens is tussen de 60mm en 105mm. Deze lenzen zijn al wat zwaarder en over het algemeen duurder, maar ze geven je wél meer ruimte om te werken. Nu kun je op z’n 30 cm afstand al een macrofoto maken. Deze lenzen zijn ook zeer geschikt als portretlens.

9) Tot slot is er de tele-macro lens. Ook deze heeft een vast brandpunt maar je kunt van een veel grotere afstand werken, tot zo’n 50 á 60 cm. Ideaal om schuwe insecten als libellen te fotograferen. De brandpuntafstand varieert van 150mm tot zelfs 200mm. Nadeel is dat ze relatief duur zijn en erg zwaar dus je hebt minder bewegingsvrijheid.

10) Met een compactcamera kun je tegenwoordig ook prima macrofoto’s maken. Op de meeste compactcamera’s zit een aparte macro stand. Meestal te herkennen aan de afbeelding van het tulpje. In deze stand kun je vaak niet meer inzoomen en moet je dus, net als bij de macrolens, dicht op je onderwerp gaan staan. Soms kun je heel dichtbij je onderwerp komen met een compactcamera, soms wel 1 cm. Dit kan bij een spiegelreflex- of systeemcamera met macrolens zeker niet zomaar.

Foto: cursist Danny

Handige hulpmiddelen

11) Je kan macrofotografie zo duur maken als je zelf wilt. Maar er zijn meerdere simpele en goedkope hulpmiddelen waar je al een heel eind mee komt. Dit maakt het laagdrempelig en je kunt bovendien makkelijk oefenen om te bepalen of macrofotografie echt iets voor jou is.

12) Een voorzetlens is een goedkoop hulpmiddel. Je kunt het op elke lens monteren en ook voor compactcamera’s zijn vaak voorzetlenzen te koop. Principe is dat het een soort filter is die je voor je lens schroeft maar dan met het effect van een vergrootglas. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende filtermaten en sterktes. Beste kwaliteit geeft de zogenaamde achromatische lens.

13) Tussenringen zijn holle ringen zonder lensje die je tussen de camera en de lens plaatst. Tussenringen zijn alleen geschikt als je camera losse lenzen heeft. Door tussenringen vergroot je de afstand tussen je lens en je sensor en daardoor kun je het onderwerp groter in beeld krijgen (dit komt omdat je dichterbij je onderwerp toch nog scherp kunt stellen; dit kan ook een nadeel zijn. Heel dichtbij gaan insecten soms eerder op de vlucht!). Een set bestaat meestal uit 3 tussenringen die je zowel los van elkaar als gecombineerd kan gebruiken.

14) Heb je wel eens geprobeerd om je verrekijker om te keren? Je ziet dan dat de afstand ineens een stuk groter is. Omgekeerd kun je dit doen met de lens van je camera.

Door een omkeerring te gebruiken draai je de lens om en krijg je een verrassende vergroting van je onderwerp. Het fijnste werkt een lens met een vast brandpuntafstand maar, hoe gek ook, voor deze techniek liever geen macrolens.

15) Je kunt al deze hulpmiddelen zelfs tegelijk gebruiken. Dus in combinatie met elkaar. De vergrotingen tel je bij elkaar op. Nadeel is dat je te maken krijgt met veel lichtverlies en ook met kwaliteitsverlies. Maar het is leuk om mee te oefenen.

Foto: cursist Jolinda Visscher

Instellingen voor macro fotografie voor beginners

Diafragma

16) De meeste macro lenzen zijn erg lichtgevoelig. Ze gaan tot een diafragma van F 2.8 of sommige zelfs tot F 1.4. Groot voordeel is dat er veel licht binnenkomt en je dus met een snellere sluitertijd kunt werken. Nadeel is echter dat de scherptediepte maar zeer beperkt is. Toch is dit ook vaak erg fraai.

17) Omdat je op kleine schaal werkt is er een grote kans dat je onderwerp al snel buiten de beperkte scherptediepte valt of dat moeilijk te bepalen is waar de scherpte ligt. Wil je meer scherptediepte, dan is het aan te raden om een diafragma van zeker F8 of zelfs F 11 te gebruiken. Gemiddeld is een macrolens tot f/16 nog goed scherp (prestaties van de lens). Hoger kan het iets minder goed worden.

Wat is de beste sluitertijd voor macro fotografie?

18) Omdat je op een hele kleine schaal werkt is de kans op beweging erg groot bij macrofotografie. Alles wordt uitvergroot en dus ook minimale bewegingen. Als je bewegende onderwerpen fotografeert zoals kleine diertjes of bloemen in de wind dan wil je het liefst een relatief snelle sluitertijd.

19) Als je een groot diafragma, klein F-getal, gebruikt heb automatisch al een wat snellere sluitertijd. Daarnaast heb je voldoende licht nodig. Hoe je dat bereikt komt verderop aan bod. En dan kun je nog spelen met je ISO waarde. Een ISO van rond de 100 geeft de mooiste resultaten, maar bij bewegende objecten kun je makkelijk een hogere ISO instellen.

20) Grove vuistregel is dat je sluitertijd minimaal de brandpuntafstand van de lens moet zijn om nog goed uit de hand te kunnen fotograferen. Als voorbeeld: Als je een 100mm lens gebruikt dan wil je een sluitertijd van minimaal 1/100 sec.

Maak veel foto’s

21) Je kunt de burst of continue modus op je camera gebruiken als je bezig bent met macro fotografie. Reden hiervan is dat je echt op de millimeter aan het werk bent. Daarbij is de scherptediepte vaak erg beperkt.

22) Als jijzelf, of uiteraard je onderwerp, ook maar een millimeter beweegt kan het belangrijkste deel al nét buiten de scherptediepte vallen. Insecten bewegen, maar denk bijvoorbeeld ook aan bloemen in de wind. Een klein briesje is al genoeg.

23) Maak daarom zo veel mogelijk foto’s achter elkaar. Dan heb je de meeste kans dat je meerdere foto’s hebt die binnen de scherptediepte vallen. En dat net die ene perfecte shot er tussen zit waar alles precies tot in detail klopt. Dit geldt helemaal als er een bewegende beestje in beeld is. Dan gaat het ook om precies het juiste moment! Macro fotografie is dus een beetje voor "mierenneukers" ;-)

Foto: cursist Sam van Dijk

Beste compositie

24) De compositie is de beeldopbouw van je foto. Dus hoe je alle elementen vangt in een beeld. Dit is heel belangrijk. De compositie bepaalt mede de kracht van je foto.

25) Omdat je bij macro vaak kleine onderwerpen fotografeert ben je vaak laag bij de grond bezig. Een zogenaamd laag standpunt heeft veel voordelen. Op ooghoogte bevind je je echt in de leefwereld van je onderwerp. De kijker wordt meegenomen in deze kleine wereld.

26) Een laag standpunt zorgt ook dat je bijna parallel staat aan je onderwerp. Als je op dezelfde hoogte fotografeert dan is de achtergrond verder weg waardoor de details verdwijnen. Dit zorgt voor een mooie zachte en rustige achtergrond. Zo leg je alle aandacht op je onderwerp.

27) Speel altijd met je onderwerp. Bij een paddenstoel kan het bijvoorbeeld mooier zijn om een iets hoger standpunt in te nemen om ook nog een deel van de hoed te laten zien. Ook zijn er sommige onderwerpen die juist van recht bovenaf beter tot hun recht komen. Bijvoorbeeld als je abstracte foto’s wilt maken.

28) Ook bij macrofotografie geldt meestal de ongeschreven wet dat je het onderwerp liever niet in het midden van de foto plaatst. Als je insecten of andere diertjes fotografeert hou dan eens ruimte over in de kijkrichting. Bloemen kun je ook een denkbeeldige kijkrichting geven. Ga met je onderwerp mee. Soms kan een onderwerp in het midden (centrale compositie) ook juist krachtig zijn. Compositietips zijn richtlijnen, soms kan je gewoon afwijken en je gevoel volgen!

29) Omdat macro op kleine schaal is ben je snel geneigd om het onderwerp zo dicht mogelijk te fotograferen. Het kan mooi zijn om een heel uitvergroot portret van een insect te maken. Probeer echter wel een beetje ruimte over te houden zodat het dier niet “opgesloten” lijkt.

30) De omgeving kan juist een belangrijke rol spelen. Het hoeft niet altijd super dichtbij te zijn. De  omgeving kan een hele mooie sfeer aan de foto geven en juist iets toevoegen omdat het een verhaal verteld over het leefgebied.

Let echter wel op dat de achtergrond niet de aandacht van je onderwerp afleidt. Je camera een paar centimeter verplaatsen kan al een hele andere achtergrond opleveren.

31) Kijk veel door je zoeker om je compositie te bepalen. Zo kun je ook eerder ontdekken als er storende elementen in je foto zitten. Denk aan grassprietjes of blaadjes die net je beeld blokkeren of voor een storende vlek zorgen in je foto. Je kunt deze voorzichtig een beetje weghalen. Haal echter niet meer weg dan nodig en met respect voor de omgeving.

32) Lijnen zijn een belangrijk element in je foto. Het neemt de blik van de kijker mee en zo kun je lijnen gebruiken om een krachtige compositie te maken. Bij macro zal dat niet zo gauw de horizon zijn, maar wel bijvoorbeeld stelen van planten, riet of takjes. Zoek de patronen en voel aan wat een fijne kijkwijze is.

33) Maak gebruik van de kracht van herhaling. Je foto krijgt hiermee een bepaald ritme. Het kan zijn met het onderwerp zelf, zoals een paar bloemen op een rij. Maar ook met kleuren of vormen die je weer terug laat komen in de achtergrond. De herhaling hoeft niet altijd scherp te zijn om de foto te versterken.

34) Herhaling kun je ook vinden in weerspiegeling. Denk aan een waterlelie of een kikker die met zijn kopje boven water komt. Hoe je camera het liefst zo laag mogelijk boven het water voor het beste effect. Hou hem uiteraard wél goed vast als je dit doet.


Scherpe macro foto's

35) Als je op kleine schaal werkt is de scherptediepte vaak beperkt. Natuurlijk heb je hier wel wat invloed op. Bedenkt goed waar je de scherpte wil hebben en wat je wil benadrukken. De scherpte en scherptediepte kunnen erg bepalend zijn voor je foto en de sfeer.

36) Als je dicht op je onderwerp staat en de achtergrond is relatief ver weg dan wordt de achtergrond als vanzelf vaag. Zo kun je je onderwerp isoleren en echt uit de foto laten springen. Dit kun je ook bereiken of versterken door met een groot diafragma (klein F-getal) te werken.

37) Als je met een groot diafragma werkt kan de scherptediepte echter zo beperkt zijn dat slechts een klein deeltje van je onderwerp scherp is. Zo kan het zijn dat slecht één oog scherp is van een insect of ander diertje.

38) Bedenk dus van tevoren goed wat je wilt benadrukken en wilt laten zien. Maak gebruik van een kleiner diafragma (groter F-getal) als je meer details scherp op de foto wilt. Denk bijvoorbeeld aan F 8 of zelfs F 11. Als je de leefomgeving wilt laten zien is het fijn dat nu ook de achtergrond wat scherper te zien zal zijn. Verder is een sluitertijd die kort genoeg is ook heel belangrijk voor een scherpe macrofoto.


Scherpstellen

39) Bij macro kun je veel spelen met de scherptediepte. Op welk punt je precies scherpstelt is meestal een kwestie van voorkeur of creativiteit. Bij een insect of ander dier stel je vaak scherp op de ogen. Het is erg belangrijk voor het beeld dat tenminste de ogen (of het oog) scherp zijn.

40) Soms zijn is je onderwerp zo klein dat de camera moeite heeft met scherpstellen. Denk bijvoorbeeld aan een spinnetje tussen een aantal plantenstengels, dat ene sprietje mos of die ene bloem tussen het veld. Omdat er meer objecten zijn op een kleine afstand van elkaar raakt de camera in de war.

41) Daarom kan het bij macrofotografie erg nuttig en fijn zijn om de manuele of handmatige focus te gebruiken. Je stelt met de hand scherp door de lens op de stand MF te zetten. Nu kun je aan de scherpstelring draaien en heb je zelf volledig de controle over wat je scherpstelt. Dit is wat meer ervaren macrofotografen vrijwel standaard doen.

42) Het vergt wel wat oefening en handmatig scherpstellen werkt het beste als je camera op statief staat. Anders blijf je constant corrigeren omdat als je beweegt de scherpte weer ergens anders kan liggen. Als je een bewegend onderwerp fotografeert moet je evengoed vaker corrigeren.

43) Begin daarom bij voorkeur met stilstaande onderwerpen zodat je vertrouwd kunt raken met handmatige focus. Gebruik de live view stand op je camera om op het scherm te zien of je goed zit qua scherpte. Je kunt zelfs inzoomen met live view zodat je nóg meer precisie kunt werken.

Laag bij de grond

44) Zoals eerder gezegd geeft het fotograferen op ooghoogte van het onderwerp het mooiste effect bij macrofotografie. Dit betekent dat je vaak laag bij de grond werkt. Neem altijd een vuilniszak of tasje mee waar je op kunt zitten om te voorkomen dat je kleding al te vies of nat wordt.

45) Soms is iets zo laag bij de grond dat je de camera op de grond moet leggen. Het is dan bijna niet meer mogelijk om door de zoeker van je camera te kijken. En zeker niet zonder een zeer oncomfortabele positie in de nemen.

46) Een hoekzoeker kan dan uitkomst bieden. Dit is een extra hulpstuk wat je op de zoeker van je lens kunt plaatsen. Zo kun je van bovenaf door de zoeker kijken en scherpstellen. Een hoekzoeker is niet goedkoop, zo rond de € 150 maar het kan een uitstekend hulpstuk zijn voor de serieuze macrofotograaf. Bovendien heeft hij de mogelijkheid om het beeld tot 2x te vergroten waardoor scherpstellen nog makkelijker gaat.

47) Tegenwoordig hebben de meeste camera’s een live view functie. Hiermee verschijnt het beeld wat je normaal gesproken door je zoeker ziet op je scherm. Ook dit is een erg handig hulpmiddel om scherp te stellen als je camera laag bij de grond staat.

48) Met live view kun je inzoomen zodat je nog meer details kunt zien op je scherm waardoor (handmatig) scherpstellen makkelijke wordt. Een uitklapbaar scherm (kantelbaar scherm) is helemaal ideaal omdat je deze in de juiste hoek kunt draaien zodat je altijd recht op je scherm kunt kijken om de compositie te bepalen


Ondersteuning voor scherpe foto's

49) Hoewel het fijn is als je alle vrijheid en ruimte hebt kan het nodig zijn om je camera te ondersteunen. Zeker als je laag bij de grond werkt en als het licht beperkt is. Het geeft je ook meer rust omdat je bewuster bezig bent met je opstelling. Je kan je camera op verschillende manieren ondersteunen.

50) Als je laag bij de grond bent kun je gebruik maken van je ellenbogen, arm of knie. Vaak is er in de omgeving wel iets te vinden wat je kunt gebruiken. Denk aan een boomstam of een steen. Je kunt ook je tas of jas gebruiken als er niks anders voor handen is.

51) Een handig hulpmiddel is een rijstzak of bonenzak. Deze kun je vullen met rijst, bonen of plastickorrels. Je legt de rijstzak op de grond en je camera er bovenop. Zo ligt je camera laag bij de grond en volledig stabiel. Je kan de camera een beetje heen en weer duwen in de rijst/bonen om het standpunt aan te passen.

52) Een statief is een ander handig hulpmiddel bij het stabiel houden van de camera. Voordelen is dat je ook met wat hogere standpunten kan werken. Je kan de poten voorzichtig tussen de vegetatie zetten als het nodig is. Als je een afstandsbediening gebruikt kun je trillingen voorkomen.

53) Er zijn ook statieven waarvan je de poten zo ver uit kunt trekken dat je heel dicht bij de grond kunt komen. Let wel op dat je de middenzuil er af kunt halen of kan kantelen, anders kom je niet zo dicht bij de grond. Daarnaast zijn er tafelstatieven die een stuk kleiner zijn en makkelijker mee te nemen.

Belichting

54) Omdat je op kleine schaal werkt kan de belichting nogal eens een uitdaging zijn. Niet alleen voldoende licht is belangrijk, maar ook het soort licht en waar het licht vandaan komt. Het licht bepaalt voor een groot deel de sfeer in je foto. En dit is heel belangrijk bij macrofotografie.

55) De meest bekende en voor de hand liggende lichtbron is uiteraard de zon. Het licht van deze enkele lichtbron kan wel heel verschillend zijn. Ook voor macro geldt dat fel en hard, direct, (zon)licht vaak minder mooie resultaten oplevert. Met name door het harde contrast.  Je kan problemen krijgen met overbelichting en/of andere delen worden helemaal zwart (donkere schaduwen).

56) Het zachtere licht in de avond of de ochtend geeft de mooiste sfeer. Als je toch te maken hebt met direct licht dat wat te fel overkomt kun je dit heel simpel oplossen. Je kunt een witte paraplu of zelfs een wit vel papier tussen het onderwerp en de zon houden. Op kleine schaal is een vel papier vaak genoeg.

Zo'n witte paraplu kun je in een "bankstick" steken die je bij een henhelsportzaak koopt. Die steekje in de grond (RVS stick) en daarin doe je de paraplu zodat je je handen vrij hebt.

57) Tegenlicht of zijlicht geeft weer een hele andere sfeer aan je foto. Dit werkt het beste als de zon laag staat en het licht niet meer zo fel is. Je krijgt dan mooie warme kleuren. Beweeg een beetje heen en weer, terwijl je door je zoeker kijkt, om te zien wat het mooiste effect geeft. Vooral in de achtergrond is dit licht vaak mooi.

58) Dingen zoals haartjes bij planten en insecten worden extra uitgelicht. Vooral bij macro geeft dit een bijzonder resultaat. Denk ook aan druppeltjes die met het juiste licht in sprankelende pareltjes veranderen. Bij bladeren en insectenvleugels zijn de nerven en bloedvaatjes goed te zien en geef je nog meer detail aan je foto.

59) Als het tegenlicht net te veel schaduw op je onderwerp werpt, of als je onderwerp in de schaduw staat, kun je gebruik maken van een reflector. Zo kun je het licht “sturen” totdat het van een door jou gewenste kant komt.

60) Zo kun je bijvoorbeeld de onderkant van een paddenstoel net dat beetje extra aanlichten. Je kunt speciale reflectieschermen kopen, maar het kan ook een stuk simpeler. Een wit vel papier of karton kan al voldoende zijn. Of hobbykarton dat zilver of goud gekleurd is. Aluminiumfolie werkt ook. Het effect verschilt wel dus experimenteer daar rustig mee.

61) Voor extra licht kun je ook een zaklantaarn gebruiken. Led licht is koeler en een echte zaklamp geeft warmer licht. Het is even zoeken wat de juiste hoek is maar dan kan het heel handig zijn om net dat beetje extra meer licht te geven. Je kunt ook speciale lampen kopen voor op je macrolens.


Wel of niet flitsen voor macro foto's?

62) Als er gewoon té weinig licht is of als je simpelweg een snellere sluitertijd wilt kan een flitser een uitkomst zijn. Daarbij kun je het gebruiken voor allerlei creatieve mogelijkheden. De ingebouwde flitser is vaak niet voldoende voor macro. Hier vertel ik wat dan wél.

63) Een externe flitser is een handig hulpmiddel bij macrofotografie. Je kan ook een of meerdere flitsers los van de camera neerzetten en met de “slave” functie bedienen. Zo kun je het licht precies sturen naar hoe je het zelf wilt en wat nodig is voor een goed belichte foto. Je kan ze ook heel dicht bij het onderwerp zetten.

64) Om te voorkomen dat het flitslicht te hard is en storende schaduwen veroorzaakt kun je het licht verspreiden. Een zogenaamde diffuser of softbox is een kapje van melkwit plastic dat je over je flitser heen doet. Op deze manier wordt het licht mooi verspreidt. Dit kun je ook simpel zelf maken van een witte stof, tissue of plastic bekertje.

65) Een ringflitser is een zeer handig hulpmiddel bij macrofotografie. Je kan hem op je lens bevestigen waardoor je geen last hebt van storende schaduwen van je lens die je kan krijgen omdat je zo dicht bij het onderwerp bent. De ringflitser zich dicht op het onderwerp en is rond waardoor het licht mooi verspreidt wordt.

66) Flitsen doe je niet alleen maar als er te weinig licht voor handen is. Je kunt de flits ook gebruiken om bepaalde delen extra te belichten. Bijvoorbeeld om nog details te zien ondanks dat je tegen de zon in fotografeert.

67) Je kan de flits ook creatief gebruiken. Je kan tegenlicht creëren door een externe flitser (schuin) achter je onderwerp te plaatsen. Zo kun je mooi spelen met druppels en sneeuwvlokken. Dit geeft een extra sprankeling aan je foto die je anders zou missen.

TIP - Begin eerst zonder flits. Als je echt controle hebt over je camera, dan zou je ook eens met flitsen kunnen werken!


Ontvang nu gratis het boek de 10 Bouwstenen van Betere Natuurfotografie & Ontdek de Creatieve Lens

Gratis Natuurfotografie Boek downloaden >> (klik op het geel)

  • In deze 10 onmisbare stappen naar krachtige en creatieve macro- & natuurfotografie
  • Duidelijke uitleg met 50+ inspirerende voorbeeldfoto’s met uitleg
  • 50 pagina’s waardevolle tips, maak prachtige macrofoto's
  • Incl. E-book “Ontdek de Creatieve Lens”, nr. 1 aanrader (betaalbaar & geen verkoop van apparatuur)
  • Sfeervolle voorbeeldfoto’s van cursisten, met deze lens gemaakt
  • Ontvang gratis persoonlijk aankoopadvies op maat: 100% onafhankelijk

Wil jij je echt goed en snel ontwikkelen?

Volg mijn VIP Begeleidingsprogramma >>. Toegang tot alle 300+ Videolessen, stap-voor-stap uitleg, unieke Real-time Praktijkvideo’s (100% meekijken met mijn camera), Maandelijkse Inspiratie-opdracht, Maandelijkse Fotofeedback Video’s, deel foto’s met elkaar in de dagelijks actieve Kijk & Zie Community. Nu met extra Videocursussen.

Meer populaire artikelen voor macrofotografie


Stel onderaan je vragen over Macro Fotografie & krijg persoonlijk aankoopadvies op maat   

Scroll naar beneden. 

  • Ik reageer persoonlijk op jouw vraag (die met dit artikel te maken heeft) en ben 100% onafhankelijk. Er is geen belang bij wat jij koopt.
  • Geef bij vragen over apparatuur even genoeg informatie (hoe meer, hoe beter): je camera en lenzen die je hebt, wat je wil fotograferen en in welke  omstandigheden (ook binnen?) en wat je budget ongeveer is.